Op donderdag 21 januari 1943 om 18.00 uur reden honderd gewapende SS-ers het terrein van
Het Apeldoornsche Bosch op. De patiënten werden op de zalen bijeengebracht en zonder toezicht van het personeel opgesloten. Grote vrachtwagens kwamen voorgereden en de patiënten werden in de auto’s gedreven. Zodra een wagen vol was, werd deze naar het station gereden. Ooggetuige Jetty Giethoorn-van Geens herinnert zich:
“Toen ben ik doorgelopen naar het station, ben ik gaan kijken, stiekem. En er stonden daar treinen klaar en daar werden de mensen ingeduwd. Ingeschoven, ingeduwd, ingeperst als ze d’r maar in waren. Maar die mensen die vochten. Dat waren mensen die niet op hun bedden vervoerd waren, helemaal hoog opgestapeld op elkaar, maar dit waren patiënten die gewoon konden lopen die overdag ook op waren, lichamelijk gezonde mensen en die liepen gewoon in nachtgoed en die werden erin gedrukt. In die treinen, maar die knokten natuurlijk terug. En krankzinnigen zijn sterk. Dus dat ging dan niet zo zachtjes, daarom gingen ze ook meteen dicht, die treinen. Akelig, akelig.”
Jetty van Geens, oud-hoofdverpleegster Apeldoornsche Bosch